DE AVONTUREN VAN WOLLETJE ENPLUISJE

Auteur: Schipperskind, Anja van Doorn van Buitenen.

Illustraties: Schipperskind

Coverontwerp: Schipperskind

© Schipperskind


De avonturen van Wolletje en Pluisje.


Wolletje en Pluisje zijn twee eekhoorntjes die allerlei avonturen beleven.

Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm, internet of op welke wijze dan ook zonder schriftelijke toestemming van de auteur. 

Hieronder een preview:

HET VREEMDE DIER

Wolletje en Pluisje lagen lekker te slapen.

Ze waren heel erg moe van het noten rapen.

Ze moesten in de winter ook kunnen eten,

Dat mogen eekhoorntjes nooit vergeten.


Wolletje werd wakker met een lange geeuw.

Zij keek naar buiten en daar lag allemaal sneeuw.

Zij wekte haar vriendje Pluisje.

"Kijk eens buiten bij ons huisje".


Ze juichten van plezier en hadden al pret.

Ze pakten hun sjaaltjes en hun warme pet.

We gaan in de sneeuw spelen

En al gauw waren ze met velen.


De muizen en konijntjes speelden met hun mee.

Sneeuwballen gooien en een ritje op de slee.

Opeens slaakte één van de dieren een gil.

Iedereen werd ineens heel erg stil.


Toen hoorden ze een klaag`lijk geluid.

Wolletje hield het bijna niet meer uit.

"Ik wil weten wie of wat dat is".

"We gaan kijken, want er is vast iets mis".


Stilletjes slopen de dieren dichterbij.

"Wie helpt mij", jammerde een stem,"wie helpt mij".

Wat was dat voor een dier?

Hij was vast niet van hier.


Het was een jong van de wolven.

Hij lag half onder de sneeuw bedolven.

Hij was weggelopen en verdwaald.

Wat had hij toch overhoop gehaald.


De eekhoorntjes gingen naar hem toe.

Het arme beest was ook zo moe.

Hij zou zo graag naar huis toe willen.

Van de kou begon hij heel erg te rillen.


Pluis ging snel een warme deken pakken

En stak gelijk wat noten in zijn zakken.

Want het arme dier moest ook wat eten

En wat drinken niet te vergeten.


Wolletje en Pluisje beloofden het arme dier

Hem te helpen zoeken, daar en hier.

Ze moesten een oplossing vinden heel gauw.

Want dat arme dier kon niet blijven liggen in de kou.


Hoe kregen ze het wolfje veilig weer thuis.

"Ik weet het, ik weet het", piepte een kleine muis.

"We zetten het wolfje op de slee

En zo nemen jullie hem mee".


Dat was makkelijker gezegd dan gedaan.

Het wolfje was zwaar ,daar was geen beginnen aan.

Maar na veel geploeter en veel getob.

Hadden ze het wolfje er eindelijk op.

Wolletje en Pluisje trokken heel hard aan de slee

Maar die gaf voor geen millimeter mee.

Echt geen beweging in te krijgen.

Wolletje en Pluis moesten er hard van hijgen.


De andere dieren hielpen gelukkig mee.

Ze trokken heel hard en duwden tegen de slee.

Langzaam begon de slee zachtjes te glijden.

En toen was het niet meer te vermijden.


De slee kreeg steeds meer gang

En het duurde dan ook niet lang.

De slee sloeg om bij het raken van een steen

En het wolfje vloog over onze vriendjes heen.


Met een smak kwam hij op de grond.

De eekhoorntjes gleden er achteraan op hun kont.

Ze gierden het met z`n allen uit van de pret.

Waarna ze hun tocht weer hebben voortgezet.


Zij zochten overal naar het wolfje z`n thuis.

De muizen, konijnen en Wolletje en Pluis.

Zij moesten wel voorzichtig zijn

Want met grote wolven maakte je geen gein.


Opeens riep het kleine wolvendier:

"Ik denk,volgens mij is het hier".

Zij zagen een grote wolf met een paar jongen.

Snel verstopten zij zich met een paar grote sprongen.


Want de grote wolf mocht hun niet zien.

Dan zou hij hun opeten, misschien.

Het kleine wolfje riep:"Mama, ik ben hier".

De grote wolf begroette heel lief het kleine dier.

De eekhoorntjes waren heel erg opgelucht

En begonnen de terugtocht met een diepe zucht.

Het kleine wolvenjong was gelukkig weer thuis.

Dankzij die dappere Wolletje en Pluis.


Thuisgekomen praatten zij nog wel een uur

Over hun spannende wolvenavontuur.

En toen Wolletje heel hard ging gapen,

Zei Pluisje: "Laten we maar lekker gaan slapen".

         *****